De Palestijnse Autoriteit is de officiële onderhandelingspartner van Israël in het vredesproces. Dit vredesproces ligt inmiddels al geruime tijd stil.De PA pretendeert een bereidwillige partner te zijn in de onderhandelingen maar de praktijk wijst anders uit. De bouw van nieuwe Israëlische nederzettingen in "bezet gebied" belangrijk struikelblok voor de PA, een 9 maandenlange bouwstop leverde echter niets op. Inmiddels heeft de PA een nieuwe voorwaarde gesteld en verlangt vrijlating van alle Palestijns politieke gevangenen eerder zijn zij niet bereid de vredesbesprekingen met Israël te hervatten. Abbas weigert bovendien Israël te erkennen als Joodse staat naast een onafhankelijk Palestina.
Het beleid wat wordt gevoerd op de Westbank wekt niet de indruk dat de PA serieus overweegt om tot een vreedzame oplossing te komen van het conflict. De verkoop van Israëlische produkten is er bij de wet verboden. Bij een eerste overtreding wordt er een geldboete opgelegd, bij herhaling volgt gevangenisstraf. De nieuwe wet werd geintroduceerd middels een groots opgezette campagne waarbij premier Salam Fayyad zelf het voortouw nam.


Tegelijkertijd met de wet op verbod van de verkoop van Israëlische goederen is er een wet in werking gesteld die het de Palestijnse burgers verbiedt om werk aan te nemen in Judea en Samaria. Degene die betrapt wordt op schending van dit verbod staat een fikse gevangenisstraf te wachten.
Het Oslo Akkoord bevat een paragraaf waar omschreven wordt dat zowel Israël als de PA moeten streven naar bevordering van wederzijds begrip en tolerantie. Dienovereenkomstig dienen ze zich te onthouden van het aanzetten tot haat, vijandige propaganda en dienen ze de nodige maatregelen te treffen tegen groeperingen,organisaties en individuen die zich hier aan schuldig maken. Het onderwijsysteem in beide landen moet bijdragen aan de vrede tussen de Palestijnse en Israëlische burgers en vrede in de hele regio. Het lesmateriaal mag geen elementen bevatten die het verzoeningsproces mogelijk negatief zouden kunnen beïnvloeden.De Palestijnse Autoriteit heeft in haar onderwijs echter niets aangepast en Israël wordt voortdurend aangeduid als de vijand en de onderdrukker.
Recentelijk heeft de PA een prominente straat in Ramallah vernoemd naar het overleden terroristische meesterbrein Yihyeh Ayyash. Een Hamas ingenieur die verantwoordelijk is voor de dood van honderden Israëliërs. Ook dit staat haaks op de voorwaarde in het ondertekende vredesakkoord. Het zal de Palestijnse burgers zeker niet ontmoedigen in het navolgen van degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan terroristisch geweld tegen Israël. Bovendien heeft Abbas in 2005 een wet goedgekeurd die nabestaanden van een zelfmoordterrorist of terrorist omgekomen tijdens een actie het recht geeft op een maandelijkse toelage van minimaal $250.
Verwonderlijk is het feit dat de Palestijnse Autoriteit haar haat campagne tegen Israël ongestoord kan voortzetten en zich zonder enig gevolg kan onttrekken aan één van de basisvoorwaarden van het vredesakkoord. Nog verwonderlijker is het feit dat de PA op internationaal niveau kan rekenen op financiële ondersteuning bij het uitvoeren van dit beleid.
De Palestijnse autoriteit werd in 1994 opgericht als onderdeel van de Oslo Akkoorden tussen de PLO en Israël. Yasser Arafat werd na het ondertekenen van de Oslo Akkoorden de president van de Palestijnse autoriteit. Na de dood van Yasser Arafat op november 2004 werden op 9 januari 2005 presidentsverkiezingen gehouden en werd Mahmoud Abbas benoemd tot president.
Bij parlementsverkiezingen 2006 verkreeg Hamas de meerderheid van stemmen en werd er in maart een kabinet gevormd onder leiding van Ismaël Haniyeh. Eind van dat jaar brak er burgeroorlog uit tussen Fatah en Hamas.
In 2007 nam Hamas de controle over de Gazastrook over van Fatah. Mahmoud Abbas ontsloeg Haniyeh en benoemde Salam Fayad als opvolger. De Palestijnse autoriteit is daarmee uiteengevallen in twee delen. Hamas heeft de macht in de Gazastrook en Fatah heeft controle over de Westelijke Jordaanoever. Alhoewel beperkt in haar bevoegdheden is de Palestijnse Autoriteit internationaal erkend als de organisatie die het Palestijnse volk vertegenwoordigt.
Ook de Palestijnse Autoriteit heeft de staat Israël nog steeds niet erkend.

Article 1: Palestine is the homeland of the Arab Palestinian people; it is an indivisible part of the Arab homeland, and the Palestinian people are an integral part of the Arab nation.
Article 2: Palestine, with the boundaries it had during the British Mandate, is an indivisible territorial unit.
Article 3: The Palestinian Arab people possess the legal right to their homeland and have the right to determine their destiny after achieving the liberation of their country in accordance with their wishes and entirely of their own accord and will.
Article 4: The Palestinian identity is a genuine, essential, and inherent characteristic; it is transmitted from parents to children. The Zionist occupation and the dispersal of the Palestinian Arab people, through the disasters which befell them, do not make them lose their Palestinian identity and their membership in the Palestinian community, nor do they negate them.
Read more: Palestijns Nationaal Handvest